Archive for the ‘Therapie en Psychologie’ Category

Etherische weerbaarheid vergroten bij Huilende Peuter in de Nacht

Zoals iedere ouder weet kan een baby, een peuter of een kleuter om honderd en één redenen huilen. Soms omdat de luier vol zit, er wat darmlucht in de weg zit, of omdat ze zelf haar jas wil aantrekken. In mijn beleving zijn er dan ook  meestal gewone, alledaagse redenen aan te wijzen voor het huilgedrag van een baby. In dit artikel verken ik echter een minder voor de hand liggende etherische reden die wellicht ook een rol zou kunnen spelen in sommige gevallen.

crying toddler baby

Krijsende Baby (1)

Stel je de volgende situatie voor: een kind wordt in de nacht krijsend wakker en valt alleen met zeer veel liefdevolle inspanning te sussen. Ook overdag gebeurt het soms dat rond het slapengaan het kind in een soort angstwaas terecht lijkt te komen, waarbij het geruststellen slechts moeizaam mogelijk is.

Soms kan zo’n periode wel een half uur tot een uur duren, en het kan dan haast hartverscheurend zijn om je kind in zo’n staat van angst te zien. Je kunt dan al snel denken aan een nachtmerrie en het daar vervolgens bij laten. Wat ik echter zou willen voorstellen is dat we kunnen overwegen om een laagje dieper te gaan, in de hoop ons kind meer te kunnen helpen.

De insteek is dat we als het ware zelf ook het domein van de nachtmerrie binnengaan, door de subjectieve realiteit van die ervaring te erkennen.

Als we ervan uitgaan dat er daadwerkelijk ‘iets’ is waar het kind zich helemaal wild van schrikt dan kunnen we gerichter gaan denken aan een mogelijke oplossing.

Afhankelijk van de leeftijd van het kind kun je dan bepaalde interventies uitproberen. Als een kind al redelijk taalvaardig is kun je dan bijvoorbeeld de  volgende strategie toepassen. Je kunt het eventueel ook in verhaalvorm doen, zonder gebruik te maken van knuffels of poppen.

Speel met poppen de situatie na en presenteer een alternatief

Op het krijsmoment zelf kun je niet veel meer doen dan liefdevol sussen, OLYMPUS DIGITAL CAMERAmaar als het kind weer gewoon rustig zichzelf is, overdag, kun je wel via een poppenspel (waarbij de poppen ook knuffels, playmobieltjes of diertjes kunnen zijn) dit thema onder de bewuste aandacht brengen.

Je kunt dan spelen dat er een mama en een papa in bed liggen, samen met hun kindje en dat iedereen lekker slaapt. Je maakt wat snurkende geluiden en soms draait iemand zich een beetje om. Je kunt wat grapjes maken over meebewegende dekens, waardoor iemand het koud krijgt enzo. Als het weer helemaal rustig is, gebeurt het:  het kindje moet opeens heel hard huilen.

Iedereen wordt wakker en de ouders snappen niet wat er aan de hand is. Speel hoe de ouders hun best doen om het kindje te kalmeren door te aaien en te zeggen dat alles veilig is. Toch blijft het kindje huilen. Dan laat je één van de ouders vragen wat er aan de hand is, en nu antwoordt het kindje wel.

Je zou in dit stadium je eigen kindje kunnen vragen wat het kindje dan zou kunnen zeggen, maar als het daar niet echt op reageert kun je zelf een antwoord verzinnen dat de peuter geeft. Hierbij is het handig om het zo algemeen mogelijk te houden en geen invulling te gaan geven over de inhoud. Het is niet verstandig om te gaan praten over monsters en andere gruwels.

Je zou het kindje kunnen laten zeggen dat het bang is voor iets. En nu kun je één van de ouders de magische tip laten geven, namelijk dat het mogelijk is om datgene waar het kindje bang voor is, te laten schrikken zodat die weg gaat. Je kunt daarbij zeggen dat hard “BOE!” roepen heel goed werkt.

Jason Puncheon maakt een lange neus (bron 3)

Jason Puncheon maakt een lange neus (bron 3)

Ook kun je het kindje zijn tong laten uitsteken en tegelijkertijd een handbeweging laten maken. De handbeweging die ik zou willen voorstellen wordt ook wel de lange neus genoemd. Laat het kindje zo’n lange neus maken en zeg daarbij “Na, na, nanana. Ik ben lekker toch niet bang van jou”.

Dit breng je vooral met een lach en niet al te serieus, maar je laat wel zien dat het kindje dat ook doet en dan vervolgens stopt met huilen en krijsen. Je laat zien dat het kindje weer rustig en blij wordt om vervolgens weer snel tevreden te gaan slapen.

NAWOORD

Je zou je kunnen afvragen waar nou het etherische element is in deze hele benadering. Ik vermoed dat er bij menig nachtmerrie daadwerkelijk iets energetisch/etherisch kan plaatsvinden, waarbij een of andere etherische bemoeial, probeert energie te onttrekken aan het kind. Kinderen zouden daarbij aantrekkelijke prooien kunnen zijn omdat ze nogal open kunnen zijn, zowel overdag, maar ook ’s nachts.

Hierbij hoef je je ook niet meteen allerlei gruwelijke etherische energiezuigers voor te stellen. Ook al zou het kunnen gaan om overleden etherische figuren, die wel wat extra energie kunnen gebruiken, het kan ook net zo goed gaan om mensen in de buurt van het kind die ondanks alle goed bedoelde intenties toch zelf ook graag wat extra liefdesenergie kunnen gebruiken.

Zij zouden dan in de nacht onwetend ook kunnen proberen invloed uit te oefenen op het kind.

Door deze eenvoudige oefening kan het kind leren dat het zich kan verdedigen door aan te geven dat het iets niet wilt. Datgene waar ze bang voor is jaagt ze als het ware weg door simpelweg ‘boe’ te zeggen, een lange neus te maken, of misschien wel door met twee armen wegduwbewegingen te maken vooruit. Dit kan genoeg zijn om een verdedigingswand op te bouwen tegen ongewenste etherische bemoeienis in de nacht.

ridder-anselm-tb4

Ridder Anselm (4)

Als je zelf soms worstelt met een kind die in de nacht krijst zou je deze techniek kunnen toepassen. Graag hoor ik eventuele ervaringen hiermee: mail ze me of schrijf ze hieronder aan dit bericht.

NOËTISCHE NOTEN/VERANTWOORDING AFBEELDINGENGEBRUIK

(1) Herkomst foto van Krijsende Baby

(2) Herkomst foto van Knuffels

(3) Jason Puncheon maakt lange neus

(4) Ridder Anselm

Voorbij de Illusie van Objectiviteit en de Therapeutische Component

DE ILLUSIE VAN OBJECTIVITEIT

In zijn briljante werk ‘The Science Delusion‘ (2012) analyseert Rupert Sheldrake de werking van de wetenschap in het verleden en momenteel. Hij velt hierbij scherpe oordelen over de beperkingen die de wetenschappers zichzelf vaak onwetend opleggen door strak vast te houden aan bepaalde vooral materialistische denkbeelden over de werkelijkheid: alles wat niet past binnen het ‘alles is materie’-kader wordt al snel niet serieus genomen.

Favim.com-35665-kb295Wetenschappers weten ook vaak een air van objectiviteit uit te stralen. In veel wetenschappelijke tijdschriften wordt dan ook gesproken in de passieve vorm, bijvoorbeeld: “Een reageerbuis werd gevuld” , in plaats van: “Ik vulde een reageerbuis” (1). Deze neiging om de onderzoeker zelf op afstand te plaatsen houdt de mythe in stand dat de wetenschapper haast buiten de gewone wereld staat en het vermogen bezit de objectieve realiteit waar te nemen.

Inmiddels weten we uit psychogisch en medisch onderzoek dat de houding van de wetenschapper en de proefpersonen een grote rol kan spelen in de resultaten. Ook onze kwantumfysica heeft aangetoond dat de verwachtingen van de waarnemer invloed heeft op het waargenomen resultaat. Op ‘Aanraken met de Geest’ (2) werd al gesproken over de mogelijkheden van de geest om als het ware uit te reiken en zodoende invloed uit te oefenen op de omgeving.

VOORBIJ DE OBJECTIVITEIT

Als je je al vele vragen kunt stellen over de objectiviteit met de reguliere wetenschapsbeoefening, dan kan het binnen het noëtisch speurwerk al helemaal ver te zoeken zijn. Ik wil hierbij overigens niet spreken over de vele onderzoeken die echt helemaal voldoen aan de normen van de huidige wetenschap, waarbij gebruikt gemaakt wordt van dubbelblinde onderzoeksopzetten. Ik heb het eerder over het pionierswerk waarbij je juist probeert te ontdekken wat de mogelijkheden zijn van de geest, het hart en verschillende manieren van afstemming.

Hierbij is juist de subjectiviteit een groot goed. Jouw eigen beleving van je lichaam en de ervaringen van je bewustzijn zijn het gereedschap dat gebruikt moet worden. Je hele persoon is tegelijkertijd het object van studie, maar ook degene die observeert. In zo’n onderzoeksdomein waarin subjectiviteit zo van belang is, is ook de helderheid waarmee de ervaringen worden beschreven van groter belang: op die manier kunnen de ervaringen wel deelbaar gemaakt worden met anderen. Zo kunnen ervaringen ook door anderen worden gebruikt om nadere verkenningen uit te voeren.

FLATLINERS EN DE THERAPEUTISCHE COMPONENT

flatliners-1990In 1990 is er een film uitgekomen met de naam ‘Flatliners‘ (3). In deze film willen een stel medisch studenten ook wel eens gaan experimenteren, en ze kiezen daarbij voor het bestuderen van bijna-dood-ervaringen.

Ze doen dat door zichzelf als proefpersonen buiten bewustzijn te brengen op zo’n manier dat ze haast sterven. Na een bepaalde tijd worden ze dan weer teruggehaald.

Een verschijnsel dat in die film optreedt, bespeur ik ook bij het noëtische verkenningswerk, en ook in de interactie met andere mensen die geïnteresseerd zijn in dit onderzoek.

Ik heb het dan over iets dat haast onvermijdelijk lijkt en dat is dat er een therapeutische component actief wordt. Als je als mens, vanuit je subjectiviteit, onderzoek gaat doen dan lijkt het wel alsof je een grote kans hebt om in contact te komen met een soort van oerkracht die er naar streeft om therapeutische processen op te starten bij je. Het lijkt wel alsof er een kracht is die steeds de kans aangrijpt om je dingen te willen leren, je bewust te willen maken van bepaalde zaken die je zou kunnen helen.

In de film komen de betrokken studenten allemaal terecht in hun eigen werelden, met hun eigen thema’s en vooral ook komen ze in aanraking met onverwerkte of weggedrukte thema’s. Als noëtisch onderzoeker kun je ook zomaar oog in oog komen te staan met allerlei zaken in je eigen persoonlijke wereld.

VOORLOPIGE CONCLUSIE

Je kunt je vraagtekens plaatsen bij de objectiviteit van regulier wetenschappelijk onderzoek. Er zijn daar vele aanwijzingen te vinden dat degene die onderzoek uitvoert invloed uitoefent op datgene wat onderzocht wordt. Als je pionierswerk wilt verrichten op het noëtische vlak dan impliceert dat een veel subjectievere insteek, haast per definitie, wat geen verzwakking is, slechts een ander kanaal.

Wat ik merk is dat zodra je meer als mens, met je bewustzijn je voelsprieten gaat uitsteken, je ook makkelijk in contact komt met allerlei puur menselijke zaken. Door de subjectiviteit toe te laten, kun je zomaar in contact komen met allerlei uiterst persoonlijke thema’s die hun kans grijpen om je bewustzijn te bereiken. In De Driedaagse in de Mijnen (4) noem ik dit verschijnsel al.

Ik ben inmiddels zover dat ik niets anders kan dan accepteren dat dit psychologisch-therapeutische element een onvermijdelijk verschijnsel is bij dit bewustzijnsverkenningswerk. Er schijnen klaarblijkelijk krachten in mensen te zijn die streven naar meer heelwording, meer bewustzijn.

Wat ik verder heb gemerkt is ook dat deze krachten zich moeilijk laten beteugelen. Ook zou je dan graag object A willen onderzoeken, als je lichaam (of je onbewuste of wat het ook zijn moge) bepaalt dat object B nu even belangrijker is, dan heeft tegenstribbelen niet veel zin. Object A moet dan maar even in de koelkast om plaats te maken voor object B.

pinguins-die-meloenen-sneeuwpop-maken-kb295-4-mei-2011Het is een bepaalde manier van werken die natuurlijk volledig vreemd is binnen de normale wetenschapsbeoefening. Stel je immers voor dat een bioloog even stopt met de analyse van een of ander genenpatroon van een bepaalde kikker uit de Amazone, omdat er opeens onverwerkt liefdesverdriet aan komt kloppen. Dat zou tot vreemde situaties leiden als een heel laboratorium vol zou zitten met mensen die zo wetenschap bedrijven.

Binnen dit bewustzijnsonderzoek ligt het in mijn beleving echter toch anders, omdat je een helder bewustzijn dient te hebben om werkelijk verder te komen, en dan is het onvermijdelijk dat er allerlei persoonlijke thema’s zich aanbieden vanwege een soort zelfgenezend vermogen dat schijnbaar ingebakken zit in ons systeem. Door dit verschijnsel te accepteren en er de tijd voor te nemen, kan het werk ook doorgaan. Zo kan het  noëtisch onderzoek meteen ook een helende activiteit worden voor je zelf als mens.

NOTEN

(1) Sheldrake, R. (2012). The Science Delusion. London: Coronet. In hoofdstuk 11, ‘The illussions of Objectivity’ beschrijft hij deze thematiek, waarbij hij ook het voorbeeld van de reageerbuis noemt.

(2) Aanraken met je Geest

(3) http://www.imdb.com/title/tt0099582/

(4) De Driedaagse in de Mijnen