De Negatieve Inslag van onze Hersenen Onderkennen

Als Noëtische strijder voor bewustzijnsverruiming is het handig om te weten met wat voor soort materiaal je werkt. Je kunt nog zo’n goede autocoureur zijn, maar met een Ford Taunus uit 1956 (1) wordt het toch lastig om te winnen bij een Formule 1 wedstrijd op Francorchamps in de Belgische Ardennen (2).

thomson-gazelle

Thomson Gazelle – Altijd op zijn Hoede

Wezenlijk werkmateriaal voor een noëtische verkenner zijn de hersenen. Op de pagina ‘Hoe de Geest zich via de Hersenen Verruimt‘ (3) beschrijf ik het beeld van een pianist (de geest) die de piano (hersenen) bespeelt en zich door goed pianospel in een ruimere toestand van vervoering kan brengen. Het is dan ook wel zaak om het een en ander van deze pianohersenen te weten.

Omdat we binnen het noëtisch werk graag een zo scherp mogelijke geest hebben die in staat is om een heerlijke dans uit te voeren met het hartsbewustzijn, is het fijn om je bewust te zijn van wat je toch een vrij belangrijk kenmerk van deze hersenen zou kunnen noemen, namelijk hun neiging om vooral met negatieve dingen bezig te zijn.

Rick Hanson schrijft in zijn boek Boeddha’s Brein (4) over wat hij noemt het negatieve vooroordeel van de hersenen. In een analyse beschrijft hij hoe de mens in het verleden érg gericht was op het overleven: het gevaar zat in iedere hoek. Het was dan ook van levensbelang om – gelijk een gazelle – continu op je hoede te zijn. Als er dan toch ergens wat mis gegaan dan was het erg belangrijk om die ervaring goed op te slaan.

Onze hersenen hebben geleerd om vooral negatieve ervaringen veel aandacht te geven, en die vervolgens ook met extra kracht en prioriteit op te slaan. Hij haalt enkele psychologische onderzoeken aan waaruit blijkt dat wij het negatieve meer aandacht geven dan het positieve (5).

Om een wat positievere kijk op de wereld te ontwikkelen met al haar ongekende mogelijkheden, is het goed om te weten dat je met hersenen werkt die van nature niet zo getraind zijn om volop schoonheid op te slaan. Je moet hiervoor echt extra inspanningen leveren. Hanson stelt gelukkig ook dat het wel degelijk mogelijk is om je hersenen gevoeliger te maken voor de vele mooie aspecten van de wereld.

Hersenen die op deze manier meer positieve paden ontwikkeld hebben, zouden wel eens beter in staat kunnen zijn om zich af te stemmen op gebieden die ook op een hogere frequentie resoneren, alsof je overschakelt van een zwart-wit TV, naar een HD-TV (6).

NOTEN

(1) Voorbeeld van Oude Ford Taunus

(2) http://www.spa-francorchamps.be/nl/

(3) Hoe de Geest zich via de Hersenen verruimt

(4) Hanson, R. (2012, vert.) Boeddha’s Brein. Uitgeverij Ten Have

(5) ibid, p. 51

(6) Voor meer over de Hersenen en TV-metafoor klik alhier.

Onderzoek naar Presentiment of Voorgevoel

Laatst was ik verwikkeld in een persoonlijk en intiem gesprek met iemand, en opeens raakte mijn gesprekspartner emotioneel. Ik vroeg me af wat er gebeurde waarop ze zonder aarzeling zei dat ze iets voelde dat niet van haar was. Enkele momenten later voelde ik opeens datzelfde gevoel dat zij juist enkele seconden ervoor had ervaren. Een gevoel dat inderdaad van mij afkomstig was. Voorvoelde zij een gevoel van mij, voordat ik het zelf voelde? Wat gebeurde hier?

Iets waarnemen voordat het gebeurt. Bron afbeelding (3).

Iets waarnemen voordat het gebeurt. Bron afbeelding (3).

De onderzoeker Dean Radin beschreef in zijn boek uit 1997 (1) een fascinerend experiment dat wellicht een relatie heeft met die ervaring die ik zojuist beschreef. Dit experiment dat ook door Sheldrake (2) wordt aangehaald ging als volgt: een proefpersoon werd gekoppeld aan een apparaat dat de elektrische geleiding meet van de huid van de vingers, op een manier die te vergelijken is met een leugendetector.

Als mensen geëmotioneerd raken, of zelfs een gevoel van shock ervaren, dan is dat duidelijk te zien in de meting van dit ‘elektrodermische’ apparaatje. In een laboratorium werd deze proefpersoon voor een computerscherm gezet waar een computer willekeurig afbeeldingen toonde. De meeste foto’s in deze database waren van neutrale aard, zoals landschappen. Zodra er echter beelden werden getoond met bijvoorbeeld een opengesneden lichaam of een heftige pornografische afbeelding sloegen de huidgeleidingsmeters uit.

Op zich nog niet zo vreemd zou je zeggen, ware het niet dat de proefpersonen al reageerden op een aangrijpende afbeelding, zo’n 4 tot 5 seconden vóórdat de afbeelding werd getoond! De proefpersonen voelden op een of andere manier al aan wat er ging komen, zo’n 4 seconden voordat de computer zelf de beslissing maakte.

Hoe is dat mogelijk?

Sheldrake suggereert dat deze proefpersonen wel leken beïnvloed te raken door hun toekomstige reactie (2,4). Al eerder hebben we hier aandacht besteed aan vreemde tijdsverschijnselen, zoals in het artikel over de terugtijdende invloed van het bewustzijn op materie (5). Daar laten we de kwantumfysicus Whitehead aan het woord die speelt met de mogelijkheid dat bewustzijn de neiging zou hebben om invloed uit te oefenen op de materie vanuit de ‘toekomst’ terug naar het heden, of van het heden terug de tijd tijd in, waardoor het lijkt alsof het uit de toekomst komt.

De Nederlanders Dick Bierman en Steven Scholte van de Universiteit van Amsterdam hebben overigens dit onderzoek van Radin kunnen herhalen, maar dan door gebruik te maken van fMRI. Zie daarvoor hun artikel uit 2002 (6).

Heb je zelf ervaringen met dit  verschijnsel dat je enkele seconden van te voren al iets voelde voordat het daadwerkelijk gebeurde? Hoe zou je zoiets kunnen verklaren? Denk mee door een commentaar te plaatsen onder dit artikel.

NOTEN

(1) Radin, D. (1997) The Unconscious Universe: The Scientific Truth of Psychic Phenomena. San Francisco: Harper Collins.

(2) Sheldrake, R. (2012). The Science Delusion. London: Coronet. Pagina’s 252-253.

(3) What if you Could Know the Future?

(4) Premonition, Precognition, and Presentiment

(5) De Mogelijke terugtijdende invloed van het bewustzijn op materie

(6) Bierman, D., & Scholte, H. (2002). Anomalous anticipatory brain activation preceding exposure of emotional and neutral pictures. Journal of International Society of Life Information Science, 380-88. (pdf)

Via Verbeelding nieuwe Informatie verkrijgen

Bruce Moen is niet echt een held in het uittreden uit zijn lichaam zoals Robert Monroe dat was. Desondanks voelde hij wel het sterke verlangen om bewustzijnslagen te willen verkennen. Een methode die hij hiervoor ontwikkelde is door middel van fantasie nieuwe informatie verkrijgen. In deze bijdrage bespreek ik een verzonnen voorbeeld dat Bruce Moen vaak gebruikt om de methode te beschrijven (1).

We hebben het hier binnen dit noëtische raamwerk eerder gehad over het concept van het sociaal ideëel magnetisme dat zou kunnen worden ingezet om via een onderwerp in aanraking te komen met gedachten van andere mensen die over dat onderwerp gedacht/gevoeld hebben, zonder iets met de mensen zelf te maken te hebben (2).

Favim.com-2444-kb295-mrt-2011

Laten we voor het gemak er even vanuit gaan dat je door het vasthouden van bepaalde gedachten/gevoelens of beelden, er sprake kan zijn van een soort van meetrillen van soortgelijke gedachten van anderen.

Er is dan geen enkele noodzaak dat de gedachten die je uitzendt ook daadwerkelijk gedachten hoeven te zijn over iets dat werkelijk is gebeurd. Dat gedachtenresonantie-idee lijkt net zo geldig te zijn als je over volledige fantasiezaken nadenkt. Voor de werking van dit principe maakt het niet uit of iets ‘echt’ of niet is.

RESONEREN MET IETS WERKELIJKS VIA JE VERBEELDING

Ik speel hieronder een beetje losjes met het voorbeeld dat Bruce Moen gebruikt: stel je voor dat het je wel eens iets lijkt om eens te weten wat voor een man je opa was. Je hebt hem nooit gekend omdat hij al was gestorven voordat je zelf was geboren. Moen beschrijft dan hoe je je vervolgens kunt voorstellen dat je ergens in een dorpje bent en daar ergens in een tuintje op een bankje zit.  Je verzint er wat dingen bij over de omgeving en zuig je man uit je duim die je opa zou kunnen zijn.

Je stelt je zo voor hoe hij aan komt lopen en je nodigt hem uit bij je te komen zitten. Je fantaseert dat je hem wat koffie inschenkt en misschien een klontje suiker in het kopje doet. Dan verzin je een gesprekje dat kan gaan over het weer, de situatie in Syrië, of misschien wel over dingen als de dankbare vijf minuten (3), voel je vrij. Misschien kun je ook voor de grap een wat andere stem gebruiken als je doet alsof je opa iets zegt.

Wat Moen dan heeft gemerkt is dat er na verloop van tijd dan typische wendingen kunnen optreden. In het voorbeeld begint zijn opa opeens te praten over de keer dat hij een bank had beroofd. Hij vertelt daarbij wanneer dat was en ook voegt hij eraan toe dat hij het geld ergens heeft begraven, waarna hij een duidelijke omschrijving geeft van de locatie. Vervolgens vertelt hij naar welke gevangenis hij gebracht is en met wie hij op een cel heeft gezeten. Als afsluiter blijkt hij het geld nooit hebben kunnen ophalen omdat hij ook was overleden in die gevangenis.

Bij navraag kan dan zomaar blijken dat zijn opa inderdaad een bank had beroofd en in de betrokken gevangenis was overleden. Ook kan het buitgemaakte geld worden gevonden.

VOORLOPIGE CONCLUSIE

Bruce Moen benadrukt dat er een grijs gebied is tussen verbeelding enerzijds en de realiteit anderzijds, maar dat het zijn ervaring is dat via de ingang van de verbeelding er vaak ook geresoneerd wordt met zaken die werkelijk zijn gebeurd.

Via deze techniek wordt het mogelijk om toegang te krijgen tot bepaalde domeinen van kennis waar je anders niet snel bijkomt. Vanzelfsprekend is het een tricky techniek omdat je maar nooit helemaal zeker weet waar je verbeelding ophoudt en waar de werkelijkheid begint. Het is ook niet een methode die ik mensen zou aanraken die psychisch in een kwetsbare fase verkeren.

Het biedt wel vele mogelijkheden om mee te experimenteren, waarbij je dan extra aandachtig moet zijn voor de opmerkelijke wendingen, of zaken waarvan je denkt: “zoiets zou ik toch niet zomaar verzinnen?”

Graag hoor ik ervaringen van mensen die gebruik maken van deze methode.

NOTEN

(1) Moen, B. (2005) Afterlife Knowledge Guidebook: A manual for the art of retrieval and afterlife exploration. Charlottesville, Virginia, Verenigde Staten: Hampton Road Publishing Company. Het voorbeeld is afkomstig van pagina’s 154-157.

(2) Ideëel Sociaal Magnetisme

(3) De Dankbare Vijf Minuten

Gewoontepatronen en Beloften die de Dood (in Focus 23) kunnen overleven

Dit bericht is vooral geschikt voor mensen die openstaan voor de mogelijkheid dat het leven niet ophoudt nadat we sterven. Voor mensen die dat een absurd idee vinden is het wellicht beter de tijd zinvoller te besteden.

Zoals inmiddels bekend wordt het exploratief werk van Robert Monroe en Bruce Moen door mij erg gewaardeerd voor de beeldvorming van de mogelijkheden van het bewustzijn. Beiden hebben ze hun bewustzijn weten te richten op allerlei ‘etherische gebieden’ waar je je op kunt afstemmen, danwel heen kunt reizen.

Bewerking door Annemarie Bone van What Dreams May Come (4)

Bewerking door Annemarie Bone van What Dreams May Come (4)

Robert Monroe heeft op basis van zijn ervaringen een beschrijving gegeven van wat hij beschrijft als verschillende ‘focus-standen’. Je zou dit kunnen zien als een soort van frequenties waar je je op kunt afstemmen. Ik heb dit focussysteem van Monroe beschreven op een andere pagina (1).

Enerzijds zou je je kunnen afvragen wat het voor zin heeft om die bewustzijnsniveaus buiten de fysieke werkelijkheid beter te leren kennen. We leven immers niet voor niks op deze aarde en ergens denk ik ook dat het vooral de bedoeling is om ons met deze planeet bezig te houden en vooral net te doen alsof het hier allemaal om draait. Teveel aandacht richten op de niet-fysieke bestaansniveaus zou dan vooral kunnen afleiden van het serieus nemen van deze fysieke realiteit.

Anderzijds denk ik echter ook weer dat het leren herkennen van bepaalde werkingswijzen van het bewustzijn buiten de fysieke werkelijkheid ons ook iets kan leren over dat bewustzijn dat we ook tijdens ons bestaan hier op aarde gebruiken: het is immers een aspect van hetzelfde bewustzijn. Dezelfde principes zouden dan ook wel eens kunnen gelden. Op deze wijze kunnen we meer inzicht verwerven over bewustzijn door de werking van het bewustzijn buiten onze fysieke realiteit te bestuderen.

FOCUS 23 VOORBEELDEN

Het is dan ook vanuit deze achtergrond dat ik enkele voorbeelden wil noemen van gewoontepatronen (een aspect van het bewustzijn) die zich kunnen voortzetten over de fysieke dood heen. Bruce Moen noemt er een aantal in zijn handleiding (2) die ik wel indrukwekkend vond.

Monroe heeft het bewustzijnsniveau focus 23 omschreven als het gebied waarin ‘zielen’ terecht komen die niet langer op aarde leven, maar die op een of andere manier vast zitten in een realiteit die ze voor zichzelf hebben geschapen. Het lijkt er dan ook op dat manier waarop je denkt over datgene wat er gaat komen na de dood de nodige invloed kan hebben op datgene wat je ook gaat ervaren. Zo kennen we de geloofssystemen (focus 24-26) waarin mensen terecht zouden komen met een soortgelijk religieus idee: boedhhisten bij elkaar, moslims bij elkaar, christenen bij elkaar etc.

lonely-little-boy-sits-pathyway-24142996-kb301In de pagina over het Lifeline Project (3) wordt gesproken over de mogelijkheid om contact te leggen als mens met overleden mensen. Zo beschrijft Bruce Moen een situatie waarin hij een keer een overleden jongetje ergens aan de rand van een weg zag staan.

Bruce ging naar hem toe en wilde hem vertellen dat hij overleden was en dat hij ergens anders, naar een fijnere plek, kon gaan. Hij zei dat hij hem erheen kon brengen en hij reikte als het ware zijn hand naar hem uit. Het jongetje had echter geleerd dat het fout was om mee te gaan met onbekende mensen, waardoor hij weigerde mee te gaan.

Een ander voorbeeld betrof een jongetje dat doodziek terechtgekomen was in een ziekenhuis. De ouders van dat jongetje waren er helemaal stuk van en iedere keer als de moeder bij hem was zei ze tegen haar zoontje: “Blijf hier, alsjeblieft, verlaat me niet“. Het jongetje overleed echter toch, maar toen een bezoeker uit een cursus van Bruce Moen met hem sprak zei het jongetje dat de doktoren alle apparaten hadden uitgezet en een gordijn rondom het bed hadden gedaan, maar dat hij toch echt zou blijven omdat zijn moeder dat had gevraagd. Hij vroeg zich wel af waar zijn ouders toch waren.

Het laatste voorbeeld betreft een vrouw die een ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer had. Ze was gedurende haar ziekte zó gewend geraakt aan haar gefragmenteerde manier van denken dat ze het eigenlijk helemaal niet in de gaten had dat ze was overleden. De dood trad in zonder dat ze het zich realiseerde.

Bruce Moen benadrukt verderop (gelukkig) dat de meeste mensen na het overlijden wel degelijk uiteindelijk worden opgehaald om bepaalde beloftes/gewoontes af te leren, zodat ze zich kunnen openen voor een ruimere realiteit. Wat ik vooral leerzaam vind aan deze voorbeelden is dat onze gedachten echt allesbepalend lijken te zijn voor de realiteit waarin we terechtkomen. Zodra het jongetje wel vertrouwen zou hebben in Bruce Moen, of zodra het jongetje inziet dat het wachten op zijn moeder geen zin meer heeft, verandert de wereld onmiddelijk.

Voor degenen die geïnteresseerd zijn in deze materie raad ik de film ‘What Dreams may Come‘ aan waarin Robin Williams een hoofdrol speelt.

Illustratie van jongetje op stoep afkomstig van Dreamstime.com

NOTEN

(1) Het Focussysteem van Robert Monroe

(2) Moen, B. (2005) Afterlife Knowledge Guidebook: A manual for the art of retrieval and afterlife exploration. Charlottesville, Virginia, Verenigde Staten: Hampton Road Publishing Company. De voorbeelden zijn afkomstig van pagina 144. Zie verder ook Perspectief verruimen via Hartcoherentie

(3) Life Line Project

(4) Annemarie Bone

Het Lifeline Project en de Rinkelende Bel

INTRODUCTIE

In de vorige bijdrage (1) heb ik gesproken over één van de wellicht onverwachte zaken waar je rekening mee hoort te houden binnen het bewustzijnverkenningswerk, en dat is dat je af en toe als het ware ‘gestoord’ wordt in je onderzoek doordat er bepaalde thema’s zich aandienen die belangrijk zijn in je persoonlijke leven.

zwemmen-door-de-weg-kb295-27-april-2011Je kunt dan wel krampachtig proberen door te gaan met het verkennen of het afstemmen op bepaalde andere zaken, maar het lijkt haast onvermijdelijk dat je beter kunt zwichten voor deze ‘oerkracht’, om je aandacht vervolgens te richten op iets dat vraagt om opheldering of misschien wel heling in jezelf. Ik sprak daarbij over een tijdelijk bezoek aan de mijnen (2).

Buiten deze ‘therapeutische’ oerkracht, lijken er nog andere krachtige principes te zijn die zomaar de kop op kunnen steken. In deze bijdrage gaan we deze introduceren n.a.v. de ervaringen van Robert Monroe en het Life Line Project.

HET LIFE LINE PROJECT

Robert Monroe is een graag geziene gast binnen deze noëtische wereld. In meerdere artikelen is er al gerefereerd naar zijn werk. Monroe was een pionier op het vlak van het buitenlichamelijk reizen. Tijdens zijn exploraties in allerlei niet-fysieke realiteiten heeft hij veel analyses gemaakt en opgetekend in zijn drie boeken.

Hij  beschrijft op een gegeven moment een opmerkelijk verschijnsel. Zo merkte hij dat er soms periodes waren dat hij nog maar net uit zijn lichaam was getreden, of hij voelde een signaal, als een soort belletje dat rinkelde zou je kunnen zeggen. Als hij zich dan op dat signaal afstemde schoot zijn bewustzijn naar een persoon die zich ergens in de niet-fysieke sferen bevond (3).

Wat hij al snel merkte was dat de (overleden) persoon waar hij dan bij was, vaak een hulpvraag had, of dat hij op het punt stond om zich te openen voor een andere realiteit. Je moet immers weten dat het volgens Monroes ervaringen zo werkt dat de ‘ruimte’ waar je je begeeft sterk wordt bepaald door datgene wat je gelooft tijdens het leven op aarde. Als je dan op het punt staat om te gaan twijfelen aan bepaalde elementen van een geloofssysteem die bij een bepaalde ‘ruimte’ hoort, dan ben je eigenlijk rijp om over te schakelen naar een ander geloofssysteem dat daar beter bij aansluit.

Ook werd Monroe soms via dat signaal geleid naar mensen die pas waren overleden en wel wat rustige hulp konden gebruiken om het een en ander uit surreal-surrealism-photo-photography-art-Favim.com-666593-kb295te leggen over de situatie. Sommige mensen kunnen immers aardig in paniek raken als ze dood zijn, en dat is niet echt nodig, aldus Monroe.

TWEEDE OERKRACHT GERICHT OP HET HELPEN VAN ANDEREN

Niet alleen Monroe kreeg te maken met dit verschijnsel om signalen te krijgen die je leidde naar mensen die je hulp kunnen gebruiken, ook andere astrale reizigers kregen hiermee te maken. Hieruit meen ik te kunnen concluderen dat er schijnbaar ergens een of ander ‘mechanisme’ is dat de wijsheid heeft om signalen af te geven om hulp te bieden aan mensen.

Wat je dan ook kunt verwachten bij het noëtisch werk is dat je niet alleen wordt aangespoord om zaken in jezelf op te lossen of te helen, maar dat je ook zomaar af en toe ‘gevraagd’ kan worden om ook anderen een handje te helpen met het een of ander. Als je je bewustzijn verruimt dan lijken deze krachten daar gratis bij te worden geleverd. Ook hier geldt dat het misschien niet al te veel zin heeft om er teveel tegen in opstand te komen.

NOTEN

(1) Voorbij de illusie van de objectiviteit en de therapeutische component
(2) De Driedaagse in de Mijnen
(3) Monroe sprak over verschillende focus-gebieden. Lees er meer over op: Het Focussysteem van Robert Monroe.

Voorbij de Illusie van Objectiviteit en de Therapeutische Component

DE ILLUSIE VAN OBJECTIVITEIT

In zijn briljante werk ‘The Science Delusion‘ (2012) analyseert Rupert Sheldrake de werking van de wetenschap in het verleden en momenteel. Hij velt hierbij scherpe oordelen over de beperkingen die de wetenschappers zichzelf vaak onwetend opleggen door strak vast te houden aan bepaalde vooral materialistische denkbeelden over de werkelijkheid: alles wat niet past binnen het ‘alles is materie’-kader wordt al snel niet serieus genomen.

Favim.com-35665-kb295Wetenschappers weten ook vaak een air van objectiviteit uit te stralen. In veel wetenschappelijke tijdschriften wordt dan ook gesproken in de passieve vorm, bijvoorbeeld: “Een reageerbuis werd gevuld” , in plaats van: “Ik vulde een reageerbuis” (1). Deze neiging om de onderzoeker zelf op afstand te plaatsen houdt de mythe in stand dat de wetenschapper haast buiten de gewone wereld staat en het vermogen bezit de objectieve realiteit waar te nemen.

Inmiddels weten we uit psychogisch en medisch onderzoek dat de houding van de wetenschapper en de proefpersonen een grote rol kan spelen in de resultaten. Ook onze kwantumfysica heeft aangetoond dat de verwachtingen van de waarnemer invloed heeft op het waargenomen resultaat. Op ‘Aanraken met de Geest’ (2) werd al gesproken over de mogelijkheden van de geest om als het ware uit te reiken en zodoende invloed uit te oefenen op de omgeving.

VOORBIJ DE OBJECTIVITEIT

Als je je al vele vragen kunt stellen over de objectiviteit met de reguliere wetenschapsbeoefening, dan kan het binnen het noëtisch speurwerk al helemaal ver te zoeken zijn. Ik wil hierbij overigens niet spreken over de vele onderzoeken die echt helemaal voldoen aan de normen van de huidige wetenschap, waarbij gebruikt gemaakt wordt van dubbelblinde onderzoeksopzetten. Ik heb het eerder over het pionierswerk waarbij je juist probeert te ontdekken wat de mogelijkheden zijn van de geest, het hart en verschillende manieren van afstemming.

Hierbij is juist de subjectiviteit een groot goed. Jouw eigen beleving van je lichaam en de ervaringen van je bewustzijn zijn het gereedschap dat gebruikt moet worden. Je hele persoon is tegelijkertijd het object van studie, maar ook degene die observeert. In zo’n onderzoeksdomein waarin subjectiviteit zo van belang is, is ook de helderheid waarmee de ervaringen worden beschreven van groter belang: op die manier kunnen de ervaringen wel deelbaar gemaakt worden met anderen. Zo kunnen ervaringen ook door anderen worden gebruikt om nadere verkenningen uit te voeren.

FLATLINERS EN DE THERAPEUTISCHE COMPONENT

flatliners-1990In 1990 is er een film uitgekomen met de naam ‘Flatliners‘ (3). In deze film willen een stel medisch studenten ook wel eens gaan experimenteren, en ze kiezen daarbij voor het bestuderen van bijna-dood-ervaringen.

Ze doen dat door zichzelf als proefpersonen buiten bewustzijn te brengen op zo’n manier dat ze haast sterven. Na een bepaalde tijd worden ze dan weer teruggehaald.

Een verschijnsel dat in die film optreedt, bespeur ik ook bij het noëtische verkenningswerk, en ook in de interactie met andere mensen die geïnteresseerd zijn in dit onderzoek.

Ik heb het dan over iets dat haast onvermijdelijk lijkt en dat is dat er een therapeutische component actief wordt. Als je als mens, vanuit je subjectiviteit, onderzoek gaat doen dan lijkt het wel alsof je een grote kans hebt om in contact te komen met een soort van oerkracht die er naar streeft om therapeutische processen op te starten bij je. Het lijkt wel alsof er een kracht is die steeds de kans aangrijpt om je dingen te willen leren, je bewust te willen maken van bepaalde zaken die je zou kunnen helen.

In de film komen de betrokken studenten allemaal terecht in hun eigen werelden, met hun eigen thema’s en vooral ook komen ze in aanraking met onverwerkte of weggedrukte thema’s. Als noëtisch onderzoeker kun je ook zomaar oog in oog komen te staan met allerlei zaken in je eigen persoonlijke wereld.

VOORLOPIGE CONCLUSIE

Je kunt je vraagtekens plaatsen bij de objectiviteit van regulier wetenschappelijk onderzoek. Er zijn daar vele aanwijzingen te vinden dat degene die onderzoek uitvoert invloed uitoefent op datgene wat onderzocht wordt. Als je pionierswerk wilt verrichten op het noëtische vlak dan impliceert dat een veel subjectievere insteek, haast per definitie, wat geen verzwakking is, slechts een ander kanaal.

Wat ik merk is dat zodra je meer als mens, met je bewustzijn je voelsprieten gaat uitsteken, je ook makkelijk in contact komt met allerlei puur menselijke zaken. Door de subjectiviteit toe te laten, kun je zomaar in contact komen met allerlei uiterst persoonlijke thema’s die hun kans grijpen om je bewustzijn te bereiken. In De Driedaagse in de Mijnen (4) noem ik dit verschijnsel al.

Ik ben inmiddels zover dat ik niets anders kan dan accepteren dat dit psychologisch-therapeutische element een onvermijdelijk verschijnsel is bij dit bewustzijnsverkenningswerk. Er schijnen klaarblijkelijk krachten in mensen te zijn die streven naar meer heelwording, meer bewustzijn.

Wat ik verder heb gemerkt is ook dat deze krachten zich moeilijk laten beteugelen. Ook zou je dan graag object A willen onderzoeken, als je lichaam (of je onbewuste of wat het ook zijn moge) bepaalt dat object B nu even belangrijker is, dan heeft tegenstribbelen niet veel zin. Object A moet dan maar even in de koelkast om plaats te maken voor object B.

pinguins-die-meloenen-sneeuwpop-maken-kb295-4-mei-2011Het is een bepaalde manier van werken die natuurlijk volledig vreemd is binnen de normale wetenschapsbeoefening. Stel je immers voor dat een bioloog even stopt met de analyse van een of ander genenpatroon van een bepaalde kikker uit de Amazone, omdat er opeens onverwerkt liefdesverdriet aan komt kloppen. Dat zou tot vreemde situaties leiden als een heel laboratorium vol zou zitten met mensen die zo wetenschap bedrijven.

Binnen dit bewustzijnsonderzoek ligt het in mijn beleving echter toch anders, omdat je een helder bewustzijn dient te hebben om werkelijk verder te komen, en dan is het onvermijdelijk dat er allerlei persoonlijke thema’s zich aanbieden vanwege een soort zelfgenezend vermogen dat schijnbaar ingebakken zit in ons systeem. Door dit verschijnsel te accepteren en er de tijd voor te nemen, kan het werk ook doorgaan. Zo kan het  noëtisch onderzoek meteen ook een helende activiteit worden voor je zelf als mens.

NOTEN

(1) Sheldrake, R. (2012). The Science Delusion. London: Coronet. In hoofdstuk 11, ‘The illussions of Objectivity’ beschrijft hij deze thematiek, waarbij hij ook het voorbeeld van de reageerbuis noemt.

(2) Aanraken met je Geest

(3) http://www.imdb.com/title/tt0099582/

(4) De Driedaagse in de Mijnen

En dan nu…een Sprookje

Ooit heel lang geleden leefde er op aarde supermensen. Nee, niet van die mensen met blauwe pakken, en rode capes en laarzen, maar mensen die er gewoon zo uitzagen zoals wij nu. Het enige verschil in uiterlijk betrof hun lengte: ze waren namelijk gemiddeld zo rond de 3 meter. Deze mens die wij Homo Superius zouden kunnen noemen was echter wel bijzonder op talrijke andere vlakken.

fall-of-ashes-kb282Zo hadden ze vele vaardigheden die bij ons volledig zijn ondergesneeuwd geraakt. Laat ik er eens enkele noemen zoals het vermogen om elkaars gedachten te lezen. Telepathie was namelijk een van de normaalste zaken. Een logische consequentie daarvan was dat het niet echt zin had om leugens te verkopen: zoiets werd natuurlijk door iedereen onmiddellijk doorzien. Dat maakte de samenleving destijds een erg prettige: mensen waren een open boek voor de mensen om hen heen. Corruptie, afluistersystemen en spionage waren compleet zinloos.

Deze mensen hadden ook een veel sterkere band met elkaar en met de natuur. Voor hen was de natuur meer dan een plek om af en toe in te wandelen of tijdens vakanties te zijn. De natuur was voor hen een database aan informatie, die hen in staat stelde om contact te leggen met alle hoeken van het universum.  Zij hielden ook veel van spel en één van de favoriete spellen was wel het tijdelijk ‘worden’ van een dier. Zo kon je even een adelaar zijn, of een hagedis, een mier of een dolfijn.

Daarnaast werd er ook naar hartelust gereisd naar andere werelden via wat men destijds teleportatie noemde: het middels bewustzijn transporteren van je lichaam naar een andere plek. Er waren toen ook de nodige vriendschappelijke relaties met andere mensensoorten op andere werelden.

Om energie hoefden zij zich ook al niet druk te maken omdat ze een techniek hadden ontwikkeld die hen in staat stelde om in te tappen op wat wetenschappers nu het ‘nulpuntsveld’ beginnen te noemen. In principe hoefden zij ook niet te eten, omdat ze op dezelfde manier de energie uit het veld konden halen. Velen deden het echter toch omdat het gewoon ook een heerlijke manier was om te genieten van het aardse bestaan.

En genieten dat vonden ze toen erg belangrijk: zo vonden ze het heerlijk om elkaar aan te raken en werd er ook veel vrijer met seksualiteit omgegaan dan momenteel. Liefde was een groot goed.  Zij hadden de mogelijkheid om de teleportatietechniek te combineren met seksualiteit waardoor een diepere staat van genotzalige verbinding mogelijk werd.

Omdat mensen zo nauw waren verbonden met hun omgeving en de natuur kwamen ziektes ook niet voor. De mensen leefden veel langer dan wij nu, en stierven alleen wanneer ze klaar waren voor een andere ervaring. Ze lichtten hun omgeving in en via meditatie stapten ze dan uit hun lichaam. Ook was toen de verbinding met hen die overleden waren niet meer dan normaal. Voorouders werden regelmatig ingeschakeld en geraadpleegd.

pilaar-wordt-stam-kb229Ook was creativiteit en scheppingskracht een wezenlijk onderdeel van die samenleving: kunst en schoonheid stonden in hoog aanzien. De mensen van toen hadden ook de vaardigheid om hun gedachten te laten stollen, wat inhield dat ze in staat waren om de trilling van hun gedachten zo te verlagen dat het de trilling van materie kon aannemen: zo konden ze materie scheppen.

De meesters uit die tijd konden zelfs levende wezens tot leven denken op deze manier. Daar hadden ze geen microscopische technieken voor nodig: hun scherpe, goed-getrainde geest was voldoende.

De hogepriesters uit die tijd voelden echter aan hun water dat die periode waarin ze leefden ook eindig was. Ze wisten dat er een tijd van duisternis aan zou treden en na lang beraadslagen en experimenteren konden ze er alleen voor zorgen dat er ooit in de verre toekomst een mogelijkheid zou komen voor de mensen die dan zouden leven om zich te herinneren hoe het toen was.

Ze bouwden een geavanceerd tijdmechanisme in hun genen die geactiveerd zou worden zodra het klimaat er weer juist voor zou zijn. Ze hadden deze informatie nog maar net verstopt in de genen van alle mensen die er toen waren toen er 33 vulkanen tegelijkertijd uitbarstten en de aarde in grote duisternis wierpen. De mensen verloren door deze omstandigheden snel hun vermogens en reeds enkele generaties later leken de vaardigheden van weleer al legendes uit de verre oudheid.

Het duurde niet lang of de mensen waren dermate gedeëvolueerd dat ze al snel nog slechts het bewustzijnsniveau hadden dat veel lijkt op dat niveau dat wij nu nog altijd hebben.

Voor degenen die zich aangesproken voelen tot dit sprookjes en zich willen inzetten om een vervolg te scheppen, adviseer ik contact op te nemen via de contactpagina.