Posts Tagged ‘verbeelding’

Via Verbeelding nieuwe Informatie verkrijgen

Bruce Moen is niet echt een held in het uittreden uit zijn lichaam zoals Robert Monroe dat was. Desondanks voelde hij wel het sterke verlangen om bewustzijnslagen te willen verkennen. Een methode die hij hiervoor ontwikkelde is door middel van fantasie nieuwe informatie verkrijgen. In deze bijdrage bespreek ik een verzonnen voorbeeld dat Bruce Moen vaak gebruikt om de methode te beschrijven (1).

We hebben het hier binnen dit noëtische raamwerk eerder gehad over het concept van het sociaal ideëel magnetisme dat zou kunnen worden ingezet om via een onderwerp in aanraking te komen met gedachten van andere mensen die over dat onderwerp gedacht/gevoeld hebben, zonder iets met de mensen zelf te maken te hebben (2).

Favim.com-2444-kb295-mrt-2011

Laten we voor het gemak er even vanuit gaan dat je door het vasthouden van bepaalde gedachten/gevoelens of beelden, er sprake kan zijn van een soort van meetrillen van soortgelijke gedachten van anderen.

Er is dan geen enkele noodzaak dat de gedachten die je uitzendt ook daadwerkelijk gedachten hoeven te zijn over iets dat werkelijk is gebeurd. Dat gedachtenresonantie-idee lijkt net zo geldig te zijn als je over volledige fantasiezaken nadenkt. Voor de werking van dit principe maakt het niet uit of iets ‘echt’ of niet is.

RESONEREN MET IETS WERKELIJKS VIA JE VERBEELDING

Ik speel hieronder een beetje losjes met het voorbeeld dat Bruce Moen gebruikt: stel je voor dat het je wel eens iets lijkt om eens te weten wat voor een man je opa was. Je hebt hem nooit gekend omdat hij al was gestorven voordat je zelf was geboren. Moen beschrijft dan hoe je je vervolgens kunt voorstellen dat je ergens in een dorpje bent en daar ergens in een tuintje op een bankje zit.  Je verzint er wat dingen bij over de omgeving en zuig je man uit je duim die je opa zou kunnen zijn.

Je stelt je zo voor hoe hij aan komt lopen en je nodigt hem uit bij je te komen zitten. Je fantaseert dat je hem wat koffie inschenkt en misschien een klontje suiker in het kopje doet. Dan verzin je een gesprekje dat kan gaan over het weer, de situatie in Syrië, of misschien wel over dingen als de dankbare vijf minuten (3), voel je vrij. Misschien kun je ook voor de grap een wat andere stem gebruiken als je doet alsof je opa iets zegt.

Wat Moen dan heeft gemerkt is dat er na verloop van tijd dan typische wendingen kunnen optreden. In het voorbeeld begint zijn opa opeens te praten over de keer dat hij een bank had beroofd. Hij vertelt daarbij wanneer dat was en ook voegt hij eraan toe dat hij het geld ergens heeft begraven, waarna hij een duidelijke omschrijving geeft van de locatie. Vervolgens vertelt hij naar welke gevangenis hij gebracht is en met wie hij op een cel heeft gezeten. Als afsluiter blijkt hij het geld nooit hebben kunnen ophalen omdat hij ook was overleden in die gevangenis.

Bij navraag kan dan zomaar blijken dat zijn opa inderdaad een bank had beroofd en in de betrokken gevangenis was overleden. Ook kan het buitgemaakte geld worden gevonden.

VOORLOPIGE CONCLUSIE

Bruce Moen benadrukt dat er een grijs gebied is tussen verbeelding enerzijds en de realiteit anderzijds, maar dat het zijn ervaring is dat via de ingang van de verbeelding er vaak ook geresoneerd wordt met zaken die werkelijk zijn gebeurd.

Via deze techniek wordt het mogelijk om toegang te krijgen tot bepaalde domeinen van kennis waar je anders niet snel bijkomt. Vanzelfsprekend is het een tricky techniek omdat je maar nooit helemaal zeker weet waar je verbeelding ophoudt en waar de werkelijkheid begint. Het is ook niet een methode die ik mensen zou aanraken die psychisch in een kwetsbare fase verkeren.

Het biedt wel vele mogelijkheden om mee te experimenteren, waarbij je dan extra aandachtig moet zijn voor de opmerkelijke wendingen, of zaken waarvan je denkt: “zoiets zou ik toch niet zomaar verzinnen?”

Graag hoor ik ervaringen van mensen die gebruik maken van deze methode.

NOTEN

(1) Moen, B. (2005) Afterlife Knowledge Guidebook: A manual for the art of retrieval and afterlife exploration. Charlottesville, Virginia, Verenigde Staten: Hampton Road Publishing Company. Het voorbeeld is afkomstig van pagina’s 154-157.

(2) Ideëel Sociaal Magnetisme

(3) De Dankbare Vijf Minuten

Advertenties

Scheppingsspieren van de Geest Trainen

De bedoeling van deze site is het verder verkennen van de mogelijkheden van het bewustzijn. Eén van de vaardigheden die van pas komen is het vermogen om creatief te zijn, omdat vanuit deze creativiteit er namelijk volop geëxperimenteerd kan worden. In deze bijdrage een interessante oefening voor het trainen van de scheppende vermogens.

Creëer iets unieks en wek het tot leven

Binnen het kader van dit project wordt verondersteld dat we méér zijn dan alleen ons fysieke lichaam. Zoals we gezien hebben lijkt het er bijvoorbeeld sterk op dat we een hogere frequentie van ons bewustzijn kunnen bereiken door juist minder hersenactiviteit (zie Meer Bewustzijn…). De ervaringen van Monroe en Moens maken het ook waarschijnlijker om te veronderstellen dat we het vermogen hebben om buiten ons lichaam om ook actief te zijn met ons bewustzijn.

Het experiment dat ik zou willen doen met alle geïnteresseerde lezers is de volgende: ga ergens rustig zitten en sluit je ogen. Haal op een aangename, volle en brede wijze adem en probeer je vervolgens een bijzondere situatie voor te stellen die niet of niet zo snel waarschijnlijk is in de fysieke wereld. Zorg hierbij voor enkele unieke kenmerken.

Je zou kunnen denken aan een grote ronde bal, zo groot als een voetbalveld die steeds van kleur verandert, of een grote boeddha met een bh om. Misschien wel een vreemd dier dat steeds dubbeltjes uitboert. Je kunt er van alles van maken.

Vervolgens is het de bedoeling dat je iedere dag even een paar minuten dit beeld tevoorschijn haalt in je geest. Daarbij uit je ook de intentie dat je dit beeld ook tot leven wilt brengen in een droom. Zoals je weet is het leven in een droom een stuk actiever en realistischer dan zomaar in je verbeelding.

Ook uit je hierbij de intentie dat zodra je creatie daadwerkelijk in een droom verschijnt, je ook wenst na afloop wakker te worden met een herinnering aan deze droom.

Door deze oefening kun je leren de afstand tussen je verbeelding en dat wat er zich in je dromen afspeelt te verkleinen. Je ontwikkelt daardoor ook meer vertrouwen in de vermogens van je geest. Zodra je deze techniek beter leert beheersen ontstaan er ook weer andere mogelijkheden. Daar komt bij dat het ook nog eens erg leuk kan zijn.

Graag hoor ik reacties van noëtisch nieuwsgierigen die geëxperimenteerd hebben met deze oefening, of via de mail of als reactie op dit artikel.

Illustratie afkomstig Lynxxx

Omschrijving van Objecten uit Niet-Zintuiglijke Sferen

Langzaamaan probeer ik – en het liefst met een groepje enthousiastelingen – mijn bewustzijn voor te bereiden op het verder verkennen van het noëtisch landschap, waarbij ik momenteel vooral gestimuleerd word om meer inzicht te verwerven over allerlei niet-fysieke figuren die in deze werelden zouden kunnen verblijven. Hierbij zou ik een bijdrage willen leveren aan het aanpakken van energie-onttrekking aan fysieke mensen door deze ‘personen’.

Tijdens mijn zoektocht ben ik recentelijk gestuit op een boekje uit de jaren 1950-1960 van Phoebe Payne en Laurence Bendit, genaamd ‘Ontwikkeling van buitenzintuiglijke waarneming’. Het past momenteel goed bij mijn exploraties omdat het op een kritische, maar ook open wijze allerlei bewustzijnsgerelateerde zaken beschrijft. Zij benadrukken ook dat het mogelijkheden van de geest zijn die voor velen mensen beschikbaar zijn.

Op pagina’s 43 en 44 halen ze een probleem aan dat je kunt tegenkomen bij de bestudering van niet-fysieke verschijnselen. Het lijkt me handig om daar ook aandacht aan te schenken. Stel je voor dat iemand beweert Gandhi gezien te hebben ’s nachts. Er zijn dan altijd verschillende mogelijkheden waar je rekening mee zou horen te houden:

1. Is er sprake van pure verbeelding bij de waarnemer?

2. Is er sprake van een werkelijk figuur in de niet-fysieke wereld die er daadwerkelijk zo uitziet zoals de waarnemer beweert, of is er sprake van een verstoring omdat de waarnemer probeert de informatie te verwerken op een manier die past binnen het realiteitskader van die persoon?

3. Is dat wat waargenomen wordt wel steeds hetzelfde? Deze niet-fysieke wereld lijkt vol trucs te zitten en het kan zomaar zo zijn dat een figuur zich op het ene moment als Gandhi voordoet, maar het andere moment als Adolf Hitler, om maar iemand te noemen. Ook in de droomwereld kunnen zaken makkelijk overgaan in andere zaken. De fysieke stabiliteit die we gewoon zijn in de materiële wereld is geen gegeven in de niet-fysieke wereld.

Met andere woorden: bij iedere waarneming in de niet-fysieke wereld kun je je afvragen of het een product is van de verbeelding. Is het wel iets maar wordt het door de waarnemer in een bepaalde mate vertroebeld waargenomen, of is zelfs het object veranderlijk/plastisch?

Laten we hopen dat we onszelf zo kunnen trainen dat we een onderscheid kunnen maken tussen pure verbeelding en het zien van aspecten van een bepaalde niet-fysieke werkelijkheid. Daarnaast hoop ik dan toch ook maar dat er wel een zekere continuïteit bestaat in de eventuele figuren die rondtrekken in dat gebied.

Zie ook: valkuilen bij sociaal noëtisch onderzoek (juni 2010)